PUBLICATIES
Om onze klanten van een optimaal advies te voorzien blijven onze medewerkers zich voortdurend ontwikkelen om de recente actualiteiten mee te kunnen nemen in hun werkzaamheden. Regelmatig zal over een actueel onderwerp dan ook een publicatie verschijnen. Daarnaast zullen de nieuwste transacties en overige wetenswaardigheden rondom Montesquieu hier gepubliceerd worden. Neem gerust contact op voor meer informatie.
Gebruik van derivaten in de overlay strategie van pensioenfondsen
In dit artikel wordt de basis behandeld inzake het gebruik van derivaten voor de rente overlay strategie. Pensioenfondsen moeten conform de wetgeving de beleggingen en de langlopende uitkeringen op marktwaarde waarderen. Voor de waardering van de uitkeringen (verplichtingen) wordt een afgeleide van de rentecurve gebruikt. De verwachte toekomstige uitkeringen worden netto contant gemaakt, zodat een actuele waardering verkregen wordt. We zullen in dit artikel ingaan op de rentegevoeligheid van de beleggingen en de uitkeringen en welke rol rentederivaten hierin kunnen hebben.
Rentegevoeligheid
De activa (beleggingen) en de passiva (uitkeringen) van de pensioenfondsen hebben beide een (omgekeerde) relatie met de rente. Voor de rentegevoeligheid van de beleggingen concentreren we ons in dit artikel uitsluitend op de obligatieportefeuille. Als de rente wijzigt, heeft dit direct effect op de koersen van de obligaties, maar ook op de waardering van de toekomstige uitkeringen.
De gemiddelde looptijd van een standaard obligatieportefeuille ligt op ongeveer zes jaar. De gemiddelde looptijd van de verwachte uitke-ringen bij een pensioenfonds is afhankelijk van het deelnemers-bestand en is doorgaans veel langer dan die van de obligatieportefeuille.
Daar de gemiddelde looptijden van de obligatieportefeuille en de uitkeringen van elkaar verschillen zullen de waarderingen van beiden ook anders reageren op rentewijzi-gingen. Voorbeeld: bij een rentemutatie van 1% en een gemid-delde looptijd van de obligatie-portefeuille en verplichtingen van respectievelijk 6 en 18 jaar, zullen de waarden van de obligatie-portefeuille en de verplichtingen met respectievelijk 6% en 18% wijzigen. Bij een (parallelle) verschuiving van de rentecurve naar lagere rentetarieven, zal de marktwaarde van de verplichtingen meer stijgen dan dat de marktwaarde van de obligatieportefeuille zal stijgen. De oorzaak hiervoor is het verschil in de rentegevoeligheid. Bij een rente-stijging zal de marktwaarde van de verplichtingen meer dalen dan dat de marktwaarde van de obligatie-portefeuille daalt. Het pensioenfonds zal met betrekking tot dit renterisico een beleid moeten formuleren.
Lees verder in het pdf bestand.


